Kort antwoord
Een persoon kan van de Belgische Staat, een gemeenschap, gewest, provincie, gemeente of andere publiekrechtelijke rechtspersoon schadevergoeding verkrijgen wanneer hij een aansprakelijkheidsgrond, vergoedbare schade en het vereiste oorzakelijke verband bewijst. Voor feiten vanaf 1 januari 2025 vormt Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek het algemene kader. Voor oudere feiten blijven de vroegere artikelen 1382 en 1383 en de daarop gebouwde rechtspraak relevant. Een onwettige bestuurshandeling of verordening kan een fout opleveren, maar vernietiging of onwettigheid levert niet zonder meer bewijs van schade en causaliteit.
Ook wetgevende en rechterlijke handelingen zijn niet principieel immuun. Bij wetgeving moet de bevoegde rechter eerst met respect voor de bevoegdheid van het Grondwettelijk Hof en het Unierecht vaststellen welke hogere norm is geschonden. Voor fouten in de rechtsbedeling gelden strengere voorwaarden ter bescherming van het gezag van gewijsde en de samenhang van het rechtsmiddelenstelsel. Een rechterlijke beslissing moet doorgaans eerst zijn ingetrokken, hervormd, herroepen of vernietigd; er bestaan uitzonderingen voor derden die dat niet konden verkrijgen en voor bepaalde beslissingen in laatste aanleg. In elk dossier zijn verjaring, de juiste verweerder, beleidsvrijheid, bewijs van concrete schade en het hypothetische rechtmatige alternatief doorslaggevend.
Het algemene aansprakelijkheidskader
De trad op 1 januari 2025 in werking. Artikel 6.4 bepaalt uitdrukkelijk dat Boek 6, behoudens een afwijkende wet, zowel op publieke en private rechtspersonen als op natuurlijke personen van toepassing is. De overheid geniet dus geen algemene burgerrechtelijke immuniteit.
“Eenieder is aansprakelijk voor de schade die hij door zijn fout aan een ander veroorzaakt.”
—
Een fout is volgens artikel 6.6 de schending van een wettelijke gedragsregel of van de algemene zorgvuldigheidsnorm. Bij die zorgvuldigheidsnorm tellen onder meer voorzienbare gevolgen, de verhouding tussen risico en preventiemaatregelen en de beginselen van goed bestuur en goede organisatie. Overmacht en de in artikel 6.8 opgesomde uitsluitingsgronden, waaronder onoverwinnelijke dwaling, kunnen aansprakelijkheid uitsluiten.
Daarnaast moet de benadeelde schade bewijzen die het recht erkent en die voldoende vaststaat. Artikel 6.18 vereist in beginsel dat de fout een noodzakelijke voorwaarde voor de schade is: zonder de fout zou de schade zich in de concrete omstandigheden niet op dezelfde wijze hebben voorgedaan. Toerekening kan worden geweigerd wanneer het verband zo verwijderd is dat aansprakelijkheid kennelijk onredelijk zou zijn. Bij onzekerheid over causaliteit kan de wettelijke regeling over verlies van een kans relevant zijn.
Boek 6 geldt voor aansprakelijkheidsfeiten na zijn inwerkingtreding, niet voor latere gevolgen van oudere feiten. Op een ouder feit blijft daarom het vroegere recht van toepassing.
Onwettige administratieve handelingen en verordeningen
Sinds het Flandria-arrest van 5 november 1920 aanvaardt het Belgische recht overheidsaansprakelijkheid voor foutief administratief optreden. Het kan gaan om een onwettige individuele beslissing, een onwettig reglement, onzorgvuldig feitelijk handelen of een foutief nalaten. De burgerlijke rechter kan schadevergoeding toekennen, terwijl de Raad van State een bestuurshandeling kan schorsen of vernietigen. Die procedures hebben verschillende voorwerpen.
Een vernietigingsarrest is sterk bewijs van de vastgestelde onwettigheid, maar de eiser moet nog aantonen welke schade daaruit volgt en wat zonder de fout zou zijn gebeurd. Hij hoeft niet altijd vernietiging af te wachten: de burgerlijke rechter kan krachtens artikel 159 van de Grondwet de wettigheid van een toepasselijk besluit onderzoeken.
In bevestigde het Hof van Cassatie dat geen bepaling het bestuur vrijstelt van vergoeding voor foutief optreden. De rechter moet echter de beleidsvrijheid eerbiedigen en mag niet zelf de beleidskeuze maken. Wanneer de wet geen uitvoeringstermijn oplegt en het bestuur over ruime beoordelingsvrijheid beschikt, kan een nalaten foutief zijn als het bestuur kennelijk niet binnen een redelijke termijn handelt of geen wettige reden voor zijn weigering geeft.
“zonder daarbij evenwel aan het bestuur zijn beleidsvrijheid te ontnemen”
—
Artikel 6.14, § 2, maakt een publiekrechtelijke rechtspersoon bovendien foutloos aansprakelijk voor schade die personeelsleden tijdens en naar aanleiding van hun functie door hun fout veroorzaken, ook wanneer zij statutair zijn of openbare macht uitoefenen. Artikel 6.15 bevat een vergelijkbare regel voor organen en orgaanleden die geen personeelslid zijn. “Foutloos” slaat hier op de eigen aansprakelijkheid van de rechtspersoon voor de fout van de functionaris; de onderliggende fout en causaliteit moeten wel worden aangetoond.
Schade door wetgeving
De scheiding der machten sluit aansprakelijkheid voor wetgevende handelingen niet uit. Het Hof van Cassatie erkende dat uitdrukkelijk in het Ferrara-arrest van 28 september 2006. Een fout kan onder meer bestaan in een wetgevende norm die strijdt met een hogere rechtsregel of in het onvoldoende nakomen van een positieve verplichting.
Een vernietigde wet leidt niet automatisch tot vergoeding. Wanneer de fout afhangt van een grondwettigheidsvraag, kan een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof nodig zijn. Het Hof kan gevolgen van een vernietigde bepaling handhaven. De eiser moet bovendien aantonen dat juist de ongrondwettige regel zijn schade veroorzaakte en wat een rechtmatige wetgever waarschijnlijk zou hebben gedaan.
“Geen enkele grondwettelijke of wettelijke bepaling ontrekt de Belgische Staat”
—
Bij schending van Unierecht bestaat daarnaast een autonome Unierechtelijke aansprakelijkheidsroute. Volgens moet de geschonden Unieregel rechten aan particulieren toekennen, de schending voldoende gekwalificeerd zijn en een rechtstreeks causaal verband met de schade bestaan. De duidelijkheid van de regel en de beleidsmarge van de overheid spelen mee. Wanneer nauwelijks beoordelingsruimte bestaat, kan een enkele schending reeds voldoende ernstig zijn.
Schade door rechtspraak of optreden van magistraten
Het Anca-arrest van 19 december 1991 erkende dat de Staat aansprakelijk kan zijn voor een fout van een rechter of lid van het openbaar ministerie, begaan binnen de uitoefening en grenzen van het ambt. De regeling bewaakt tegelijk het gezag van gewijsde. Een schadeprocedure mag niet fungeren als verkapt hoger beroep tegen een beslissing die nog rechtskracht bezit.
Daarom moet de beweerd foutieve rechterlijke beslissing doorgaans eerst via een beschikbaar rechtsmiddel zijn ingetrokken, hervormd, herroepen of vernietigd wegens de fout. Voor beslissingen van een hoogste rechtscollege die niet meer kunnen worden uitgewist, kan aansprakelijkheid worden onderzocht bij een voldoende gekwalificeerde schending van de toepasselijke rechtsregels. Een louter verschil van juridische interpretatie is niet vanzelf zo’n schending.
Het dat de voorafgaande-uitwissingsvoorwaarde niet absoluut kan gelden voor iemand die geen partij was en ook geen partij kon zijn in de procedure, en daarom geen rechtsmiddel kon instellen. Een interpretatie die aansprakelijkheid in die situatie categorisch onmogelijk maakt, schendt gelijkheid in samenhang met de artikelen 6 en 13 EVRM.
“de voorafgaande uitwissing ervan niet kon verkrijgen”
—
Organisatorische fouten, buitensporige vertraging of foutieve uitvoering zijn niet noodzakelijk rechterlijke beslissingen. Daarvoor kan de gewone aansprakelijkheidsanalyse gelden.
Schade, causaliteit en het rechtmatige alternatief
De eiser moet zijn vermogensschade, lichamelijke of psychische schade, morele schade of verlies van een kans concreet onderbouwen. Facturen, inkomstengegevens, medische stukken en tijdige deskundige vaststellingen zijn belangrijk. Een abstracte schending of gevoel van onrecht volstaat niet.
Causaliteit is vaak het moeilijkste element. De rechter reconstrueert de toestand zonder de fout. Zou een bevoegde en zorgvuldige overheid rechtmatig dezelfde nadelige beslissing hebben kunnen nemen? Dan kan volledige schadevergoeding ontbreken, al kan een bewezen verlies van een reële kans op een gunstiger uitkomst gedeeltelijk worden vergoed. Bij onwettige wetgeving moet worden vermeden dat één hypothetisch alternatief als zeker wordt voorgesteld wanneer de wetgever meerdere grondwettige opties had.
Procedure, verweerder en verjaring
Een schadevordering wegens aantasting van een subjectief recht behoort in beginsel tot de gewone hoven en rechtbanken. Soms kan de Raad van State een herstelvergoeding toekennen of geldt een bijzonder compensatiestelsel. De eiser moet de juiste publiekrechtelijke rechtspersoon dagvaarden.
Verjaring moet vanaf het begin worden onderzocht. Naast burgerrechtelijke termijnen kunnen regels over overheidsschuldvorderingen, bijzondere schaderegelingen of Unierecht relevant zijn. Een annulatieprocedure schorst een schadeverjaring niet automatisch in elke situatie. In bevestigde het Hof dat schade door een mogelijk onwettige verordening onmiddellijk een vorderingsrecht kan doen ontstaan; wachten op latere constitutionele rechtspraak kan dus riskant zijn.
Praktische controlelijst
- Bepaal welk overheidshandelen de schade veroorzaakte en op welke datum het aansprakelijkheidsfeit plaatsvond.
- Pas Boek 6 toe op feiten vanaf 1 januari 2025 en het oude recht op eerdere feiten.
- Identificeer de geschonden gedragsregel of concrete onzorgvuldigheid en eventuele uitsluitingsgrond.
- Controleer of een vernietigingsberoep, hoger beroep, cassatieberoep of prejudiciële vraag nodig of nog mogelijk is.
- Onderscheid administratief optreden, een wetgevende norm en een echte rechterlijke beslissing.
- Documenteer elke schadepost en reconstrueer het meest waarschijnlijke rechtmatige alternatief.
- Onderzoek nationale én Unierechtelijke aansprakelijkheidsvoorwaarden zonder ze te vermengen.
- Bereken alle verjarings- en beroepstermijnen en bepaal de juiste verweerder en rechter.
Conclusie
Belgische overheden zijn niet algemeen immuun voor schade die hun machten veroorzaken. De kern blijft fout of een andere aansprakelijkheidsgrond, vergoedbare schade en causaliteit. Onwettigheid is belangrijk, maar geen volledige schadeberekening. Bestuurlijke beleidsvrijheid begrenst rechterlijke substitutie; wetgevende aansprakelijkheid vereist respect voor constitutionele en Unierechtelijke toetsingsroutes; rechterlijke aansprakelijkheid kent extra waarborgen voor gezag van gewijsde. Een succesvolle vordering begint daarom met een precieze kwalificatie van de overheidshandeling, het toepasselijke temporele recht en het bewijs van wat zonder de fout waarschijnlijk zou zijn gebeurd.
Bronnen
This article provides general legal information, not advice for a specific matter. Laws, facts and procedural deadlines may change the result. Follow the linked primary sources and obtain local advice before acting.