AI generated reportBENederlands

Welke grenzen gelden bij Belgische mededingingsonderzoeken?

Onderzoeks- en sanctiebevoegdheden van de Belgische Mededingingsautoriteit, met waarborgen bij huiszoeking, dataverzoeken en voorlopige maatregelen.

Created on
Created on 2026-07-19
Reading time
8 minute read
Topic
Belgium law

Kort antwoord

De Belgische Mededingingsautoriteit (BMA) kan ondernemingen en natuurlijke personen om noodzakelijke informatie vragen, personen horen en — met voorafgaande machtiging van een Brusselse onderzoeksrechter en een bijzondere opdrachtbrief — bedrijfsruimten, voertuigen en in bepaalde omstandigheden woningen doorzoeken. Zij kan documenten en toegankelijke cloud- of servergegevens kopiëren, relevante verklaringen opnemen en tijdelijk verzegelen. Die bevoegdheden zijn niet onbeperkt: doel, rechtsgrond en onderzoeksvoorwerp moeten kenbaar zijn; de maatregel moet noodzakelijk en evenredig blijven; juridisch beschermde communicatie en vertrouwelijk bedrijfsjuristenadvies krijgen een afzonderlijke beoordeling; en een digitale zoekactie mag geen ongerichte fishing expedition worden.

Een informatieverzoek mag feitelijke gegevens en bestaande documenten opeisen, ook elektronische berichten waartoe de geadresseerde toegang heeft. Het mag de onderneming niet dwingen het bestaan van een mededingingsinbreuk te erkennen. Onjuiste, onvolledige of laattijdige antwoorden en onderzoeksbelemmering kunnen wel afzonderlijk worden beboet.

Voorlopige maatregelen vereisen urgentie om ernstige, onmiddellijke en moeilijk herstelbare schade voor getroffen ondernemingen of het algemeen economisch belang te voorkomen. De betrokken onderneming krijgt de aanvraag, toegang tot het gebruikte materiaal, een schriftelijke en mondelinge verdedigingsmogelijkheid en gelegenheid om te reageren op anders geformuleerde maatregelen. Een eindboete vereist een vastgestelde inbreuk, opzet of nalatigheid en een proportionele beoordeling van ernst en duur. Beroep bij het Marktenhof is mogelijk, maar schorst de beslissing niet automatisch.

Eerst de juiste autoriteit en wettelijke basis

Boek IV van het Wetboek van Economisch Recht (WER) regelt de BMA. Het verbiedt restrictieve afspraken, misbruik van machtspositie en, nationaal, misbruik van economische afhankelijkheid, en bevat concentratietoezicht. Bij grensoverschrijdend effect past de BMA ook artikelen 101 en 102 VWEU toe. De bepaalt uitdrukkelijk dat de BMA haar functies uitoefent overeenkomstig de algemene beginselen van Unierecht en het EU-Handvest.

Een sectorregulator kan soortgelijke middelen hebben, maar onder andere voorwaarden. Een datavordering van de FSMA, inspectie van het BIPT of procedure voor de GBA wordt getoetst aan de eigen wet en beroepsroute. De vraag blijft: welke bepaling machtigt deze autoriteit, voor dit doel, tegenover deze persoon, tot deze gegevens of plaats?

Informatieverzoeken reiken tot cloud en chat, niet tot een bekentenis

Artikel IV.40 WER laat de auditeur alle noodzakelijke informatie verzamelen bij ondernemingen, ondernemingsverenigingen en natuurlijke personen. Sinds de ECN+-omzetting omvat dit informatie in bezit én informatie waartoe de geadresseerde toegang heeft, ongeacht vorm, drager of opslaglocatie. E-mail, instant messaging, cloudopslag en bedrijfsservers vallen er dus onder.

Een informatieverzoek vermeldt rechtsgrond en doel, is evenredig en verplicht de geadresseerde niet om het bestaan van een mededingingsinbreuk toe te geven.

—

Dat is geen algemeen zwijgrecht voor een rechtspersoon. De autoriteit mag bestaande agenda's, prijsbestanden, e-mails, notulen, omzetcijfers en feitelijke uitleg opvragen, ook als die belastend zijn. De grens wordt overschreden wanneer de vraag feitelijk een juridische bekentenis voorschrijft — bijvoorbeeld dat partijen “een kartel vormden” — in plaats van de onderliggende feiten te vragen. Een verplicht verzoek moet gemotiveerd zijn en de verlangde informatie en termijn preciseren.

Inventariseer gegevensbronnen en toegangsrechten, verduidelijk de reikwijdte schriftelijk en controleer ieder antwoord op volledigheid. Vernietigen, achterhouden of verdraaien van informatie creëert een eigen sanctierisico.

Een huiszoeking vereist machtiging, opdracht en proportionaliteit

Artikel IV.40/2 WER staat een doorzoeking tussen 8 en 18 uur toe na voorafgaande machtiging van een onderzoeksrechter van de Nederlandstalige of Franstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel. De bevoegdheid omvat bedrijfsruimten, vervoermiddelen en andere plaatsen van ondernemingen. Woningen en ruimten van bestuurders, personeel of interne en externe beheerders kunnen eveneens worden doorzocht wanneer er reden is om aan te nemen dat daar noodzakelijk bewijsmateriaal aanwezig is.

De onderzoekers moeten een bijzondere opdrachtbrief dragen die het voorwerp en doel van de opdracht preciseert.

—

Onderzoekers mogen documenten en gegevens op elke drager bekijken die de onderzochte persoon bezit of kan openen, kopieën maken en de digitale selectie later in BMA-lokalen voortzetten. Zij mogen personeel ondervragen over feiten, documenten, interne organisatie en verantwoordelijkheden die verband houden met de opdracht. Handelingen en antwoorden worden geverbaliseerd; een kopie gaat naar de onderzochte persoon. Verzegeling moet noodzakelijk blijven en mag in niet-bedrijfsruimten niet langer dan 72 uur duren.

De opdrachtbrief is de buitengrens. Noteer tijdstip, aanwezigen, machtiging, gedragingen, periode, producten en personen. Werk mee zonder vrijwillig de scope uit te breiden; registreer bezwaren en vraag betwiste gegevens afzonderlijk te verzegelen. Verbreek nooit een zegel.

Digitale selectie mag geen fishing expedition zijn

De Brusselse beroepsrechtspraak heeft al vroeg grenzen gesteld aan massale digitale kopieën. In de Belgacom-zaak van 5 maart 2013 oordeelde het hof dat zoektermen precies, passend en proportioneel aan het onderzoeksvoorwerp moeten zijn. Algemene termen die allerlei niet-gerelateerde onderwerpen treffen, konden een kenmerkende overschrijding van het mandaat opleveren.

Bij massale digitale kopieën moet de selectiemethode voorkomen dat stukken zonder verband met het onderzoek in de werkbestanden terechtkomen; fishing naar andere inbreuken is uitgesloten.

—

De huidige wet voorziet daarom in een contradictoire filterprocedure door een personeelslid van het auditoraat dat niet tot het onderzoeksteam behoort. Die persoon beslist of gekopieerde gegevens binnen de opdracht vallen en of zij beschermd zijn als advocatencorrespondentie of -advies dan wel als vertrouwelijk advies van een bedrijfsjurist volgens de wet van 1 maart 2000. Niet-gerelateerde stukken kunnen bij gemotiveerde beslissing worden teruggegeven en uit het dossier verwijderd.

Privilege moet concreet worden geclaimd: identificeer document, auteur, geadresseerde, datum en juridische functie zonder de inhoud prijs te geven. Niet elke kopie aan een advocaat is beschermd en niet elk door een jurist ontvangen bedrijfsdocument is juridisch advies.

Verdedigingsrechten groeien naarmate de zaak beslist wordt

Een onderzoek begint doorgaans zonder waarschuwing; tegenspraak vóór een huiszoeking zou haar doel ondergraven. Na gemotiveerde bezwaren krijgt de onderneming toegang tot niet-vertrouwelijke versies van het onderzoeksdossier en minstens twee maanden om te antwoorden. Bezwaren mogen niet steunen op materiaal dat tegenover haar vertrouwelijk blijft. Na de ontwerpbeslissing volgen dossiertoegang, schriftelijke opmerkingen en een hoorzitting.

Het bevestigde in 2019 dat rechterlijke controle van in beslag genomen gegevens niet vereist dat de beroepsrechter elk document zelf opnieuw onderzoekt. De rechter mag controleren of procedurevoorschriften zijn gevolgd, de motivering volstaat, feiten correct zijn weergegeven en geen kennelijke beoordelingsfout of bevoegdheidsmisbruik bestaat, en vervolgens beslissen of het gebruik van de gegevens gerechtvaardigd is. Die zaak betrof oudere wetgeving; de huidige specifieke beroepsregeling moet dus worden gevolgd.

Onrechtmatig verkregen bewijs wordt onder artikel IV.40/6 niet automatisch uitgesloten. Uitsluiting volgt wanneer een vormvereiste op straffe van nietigheid is voorgeschreven, de onregelmatigheid de betrouwbaarheid aantast of gebruik strijdig is met een eerlijk proces. Een bezwaar moet dus ook het wettelijke criterium en concrete verdedigingsnadeel tonen.

Voorlopige maatregelen zijn dringend én contradictoir

Artikel IV.71 WER laat het Mededingingscollege een onderzochte gedraging tijdelijk schorsen wanneer dringend een toestand moet worden voorkomen die ernstige, onmiddellijke en moeilijk herstelbare schade veroorzaakt aan getroffen ondernemingen of het algemeen economisch belang schaadt. Dit is geen verkorte eindbeslissing: de maatregel moet voorlopig, geschikt en proportioneel zijn.

De aanvraag en stukken gaan dezelfde dag naar de onderneming. Een zitting volgt normaal binnen twee weken tot een maand. Partijen reageren schriftelijk en worden gehoord. Een anders geformuleerde maatregel wordt eerst meegedeeld voor korte aanvullende reacties. Het college mag niet steunen op onbekende stukken en weegt de schade van ingrijpen tegen die van niet-ingrijpen.

Boetes vragen bewijs, schuld en individualisering

Voor een mededingingsinbreuk kan het college bij opzettelijk of nalatig handelen een boete tot 10% van de relevante omzet opleggen. Ernst en duur moeten bij het bedrag worden meegewogen. Daarnaast bestaan dwangsommen om een beslissing af te dwingen. Onjuiste of onvolledige gegevens, niet tijdig antwoorden, weigeren te verschijnen of een onderzoek hinderen kunnen afzonderlijk leiden tot een boete tot 1% van de omzet en dagelijkse dwangsommen.

Voor het boetebedrag houdt het Mededingingscollege rekening met de ernst en de duur van de mededingingsinbreuk.

—

De beslissing moet onderneming, gedraging, markt en periode individualiseren, verweer behandelen, schuld vaststellen en de berekening controleerbaar maken. Leniency, immuniteit, transactie of medewerking vergt bewuste keuzes.

Beroep is doeltreffend maar niet automatisch schorsend

Artikel IV.90 WER wijst beroepen tegen opgesomde BMA-beslissingen toe aan het Marktenhof, een sectie van het Hof van Beroep Brussel. De gewone termijn is dertig dagen vanaf kennisgeving van de gemotiveerde beslissing. Beroep schorst niet vanzelf. Het Marktenhof kan wel schorsen bij ernstige middelen die vernietiging kunnen dragen én een risico op ernstige gevolgen door onmiddellijke uitvoering.

Beslissingen over het gebruik van tijdens een huiszoeking verkregen gegevens zijn in de huidige regeling na de mededeling van bezwaren aanvechtbaar wanneer die gegevens daadwerkelijk de bezwaren ondersteunen. Andere tussentijdse beslissingen hebben soms geen afzonderlijk beroep; hun onwettigheid kan dan als middel tegen de eindbeslissing worden aangevoerd. Laat daarom elk bezwaar, privilegeclaim, scopegeschil en gevraagd herstel meteen schriftelijk vastleggen.

Praktisch draaiboek

  1. Wijs een responsteam aan en laat receptie en IT weten wie wordt gebeld.
  2. Controleer identiteit, machtiging, opdrachtbrief, voorwerp, periode en tijdstip.
  3. Begeleid zonder te belemmeren; houd een logboek en vraag het proces-verbaal.
  4. Isoleer beschermde stukken, motiveer privilege en leg te brede zoektermen vast.
  5. Bewaar gegevens, controleer informatieantwoorden en bereken meteen beroepstermijnen.

Conclusie

Belgische mededingingshandhaving combineert ruime toegang tot plaatsen en digitale informatie met procedurele waarborgen. Medewerking doet mandaat-, proportionaliteits-, privilege- of verdedigingsbezwaren niet verdwijnen. Documenteer wat werd gevraagd, op welke basis, welke gegevens werden bekeken, welke bezwaren zijn gemaakt en welk nadeel dreigt. Voor andere regulatoren begint de analyse opnieuw bij hun eigen wet.

Bronnen

This article provides general legal information, not advice for a specific matter. Laws, facts and procedural deadlines may change the result. Follow the linked primary sources and obtain local advice before acting.